Artikelen

 

Hans Fidom Historiseren in de 21ste eeuw
Het ORGEL 96 (2000), nr. 6, 14-19 [samenvatting]

 

Het nieuwe orgel in de Örgryte Nya Kyrka in Gotenburg, gebouwd in Noord-Duitse 17de-eeuwse stijl, klinkt bijzonder overtuigend. Tevens blijkt uit ondermeer de discussies in het ORGEL dat historiseren niet altijd wordt toegejuicht. Dit doet de vraag naar de rol van historiseren in de toekomst rijzen.

Door kunst als een vorm van communicatie te beschouwen, wordt duidelijk dat de organist tussen wat een componist bedoelt en wat zijn publiek hoort met (minstens) drie ‘filters’ te maken heeft. Deze filters worden bepaald door de mogelijkheden van het orgel, de mogelijkheden van de organist zelf, en het verschil tussen het referentiekader van de organist en dat van de componist. Vooral bij oude muziek verdient het derde filter veel aandacht.

Door de organist als een kunstenaar te beschouwen, ontstaat een situatie waarin de organist gelegitimeerd is om te bepalen welke expressie het best past bij welke compositie; hij kan het effect van de filters in zijn voordeel gebruiken. Daarbij kan kennis over het stuk zijn keuzes bepalen, maar de kunstenaar kan die kennis ook naast zich neerleggen als dat de kwaliteit van zijn artistieke communicatie doet toenemen. Uiteraard is het zo dat deze kennis wel verworven moet zijn alvorens te kunnen kiezen of ze gebruikt wordt of niet: bij veel van de kunstenaars die kennis verwerven niet noodzakelijk vinden zal de artistieke communicatie al gauw vervelen, omdat zij over een beperkter reservoir aan mogelijkheden beschikken. Ook het publiek dient een filter te overwinnen: zijn referentiekader stemt meestal evenmin overeen met dat van componisten.

Om kennis over te dragen aan organisten en publiek zijn festivals zeer geschikt: zoals het in de historiserende scene de afgelopen dertig jaar is ontwikkeld, biedt het festival optimale omstandigheden om componisten, organisten, orgelmakers, publiek, musicologen enzovoort bij elkaar te brengen.

Historiseren is zo bezien van groot belang voor de toekomst. Tegelijk is duidelijk dat er meer mogelijk is, en dat die mogelijkheden gelegenheid bieden aan een krachtiger ontwikkeling van hedendaagse vertolkingen van oude en nieuwe muziek en van de improvisatiecultuur.