Artikelen

Harald Schützeichel Albert Schweitzers visie op Bach
Het ORGEL 96 (2000), nr. 4, 7-14 [samenvatting]


schweitzer.jpg (12638 bytes)Albert Schweitzer (1875-1965) was leerling van Charles-Marie Widor. Widor was de eerste Franse organist die zijn leerlingen liet kennismaken met Bach. Tegenover Schweitzer bekende Widor dat hij Bachs koraalvoorspelen niet goed begreep; Schweitzer legde hem uit dat de tekst van groot belang was voor een goed begrip. Widor stimuleerde Schweitzer tot het schrijven van het bekende boek J.S. Bach (1908).

Voor Schweitzer was Bach ‘architect’ die de gotische kunst in de muziek had voltooid; poëet en schilder in muziek; mysticus. Gotiek is voor Schweitzer de vrije verbinding van de verschillende (toon)lijnen tot een nieuwe eenheid. Kennis van de structuur is voor hem een belangrijke voorwaarde voor de interpretatie van Bachs werken. Als poëet en schilder wist Bach in muziek aspecten van een tekst uit te leggen die in de woorden van die tekst niet zegbaar waren. Precies weten welk motief door Bach in de muziek is verwerkt, is een andere voorwaarde. Mystiek betekent voor Schweitzer het één worden met Christus, rust en vrede in eenheid met de oneindige wil van God. Aan deze gemoedstoestand van de mysticus verleent Bach in de taal van de muziek uitdrukking – waar andere mystici het met woorden proberen.

Voor Schweitzer was het ‘ware’ orgel een ‘Bach’-orgel. Dit ‘ware’ orgel was gebaseerd op verdere ontwikkeling van een nieuw orgeltype verbonden met de orgels van vroeger.

Schweitzer zag Bach als een kunstenaar die de mensen door de muziek tot meer verinnerlijking leidt. Daarin zijn sporen te zien van Schweitzers eigen biografie en zijn visie op zichzelf als musicus.