Artikelen

 

Orgel Der Aa-kerk Groningen nog steeds onderwerp van gesprek
Het ORGEL 96 (2000), nr. 3, 26-31 [samenvatting]

Op 17 december 1999 nam de Gemeente Groningen het besluit de reeds verleende vergunning voor het wijzigen van het hoofdorgel in de Der Aa-kerk (Schnitger 1702, Timpe 1815 en 1831, Van Oeckelen 1858) te handhaven. In het ORGEL 2000/2 beschreef Peter van Dijk de geschiedenis van het orgel en van de voorbereiding van de restauratie tot nu toe. Daarin constateerde hij dat het orgel goed zal functioneren na de restauratie, maar ook dat het jammer is dat er zoveel Van Oeckelen-delen zullen verdwijnen.

Hans Brink en de Stichting tot Bescherming van het Hoofdorgel van de Der Aa-kerk te Groningen reageren. Hans Brink oppert dat het orgel zijn borstwerk terug zou kunnen krijgen en een winddruk van 90-95 mm wk. De stichting stelt vast dat de commissie die het besluit van de Gemeente Groningen op 17 december voorbereidde haar werk niet goed heeft gedaan; ze had inhoudelijk op de zaak moeten in gaan. De restauratieplannen miskennen volgens de stichting 'de muzikale en cultuurhistorische waarden van het orgel'. De stichting zegt dat er een onderzoek moet komen naar de stabiliteit van de orgelkast: als die voldoende is, zijn ingrijpende werkzaamheden niet nodig. Ook de redengevende omschrijving in het monumentenregister, in de huidige besluitvorming een centraal gegeven, is volgens de stichting te onvolledig; die zou op een voorlopige inventarisatie berusten. Al met al vindt de stichting dat er op een 'fantasie-toestand' wordt aangestuurd.

Peter van Dijk benadrukt in zijn reactie dat de ambtelijke commissie niet inhoudelijk op de zaak kon ingaan doordat ze niet gerechtigd was de redengevende omschrijving te wijzigen; dat deze omschrijving in 1989 opnieuw is vastgesteld; dat tegenwoordig niet muzikale smaak, maar objectievere normen bij restauraties doorslaggevend zijn; dat het orgel niet in een 'fantasie-toestand' terecht komt doordat de plannen slechts op punten verschillen van de toestand van het orgel in 1831. Van Dijk memoreert dat uit onderzoek gebleken is dat de stabiliteit van de hoofdkast wel degelijk onvoldoende is en dat ingrijpen derhalve noodzakelijk is.