Artikelen

 

Wietse Meinardi, Peter van Dijk Orgelbouw na 2000 (V)
Het ORGEL 96 (2000), nr. 3, 32-40 [samenvatting]

In het ORGEL 1999/5 leverde Wietse Meinardi kritiek op de historiserende orgelbouw. In de nummers daarna reageerden achtereenvolgens Hans Fidom, Sicco Steendam, Wim Winters, Tjibbe Heidinga, Sietze de Vries, Joop A. Klaassen en Jan-Piet Knijff. De discussie wordt nu afgesloten met een bijdrage van Wietse Meinardi waarin hij op de reacties reageert en een slotartikel door Peter van Dijk als redacteur orgelbouw van het ORGEL.

Meinardi stelt opnieuw dat de Nederlandse orgelbouw eenzijdig is en dat hij zich een orgel wenst waarop hij een breed repertoire kan spelen. Zijn ideale orgel is echter niet een compromis-orgel, maar instrumenten zoals in de Grote Kerk te Leeuwarden (Müller, 1732). Ook is het niet zijn bedoeling historische instrumenten aan te passen aan nieuwe eisen. Het stemt hem tevreden dat het orgel van Zuidhorn een iets mildere niet-gelijkzwevende temperatuur heeft gekregen: 'Zodoende is men opgeschoven in de richting die ik in mijn artikel propageer.'

Peter van Dijk stelt dat er wanneer de historiserende orgelbouw ter sprake komt, onderscheid moet worden gemaakt tussen restauratie- en nieuwbouwprojecten. Verder vindt hij dat men twee richtingen kan onderscheiden. Zo is er de speler die het orgel ziet als een middel om zijn repertoire tot klinken te brengen, en anderzijds de organist die het instrument beschouwt als richtsnoer voor de muziekkeuze. Het tweede heeft zijn voorkeur: elk goed orgel is minder beperkt dan de beste organist – ook al is het klein, dan is er altijd nog heel veel mogelijk.

In de 20ste eeuw hebben orgelbouwers en organisten veel ontdekt over oude klank en oude muziek. Nu zijn we zo ver dat we ons realiseren dat we voorzichtig moeten zijn met onze erfenis: 'Volgende generaties zijn immers in de eerste plaats geïnteresseerd in de monumenten zelf en niet in onze visie daarop.'