| Peter van Dijk | Orgel Der Aa-kerk Groningen nog
steeds onderwerp van gesprek Het ORGEL 96 (2000), nr. 2, 14-24 [samenvatting] |
Op 17 december 1999 nam
de Gemeente Groningen het besluit de reeds verleende vergunning voor het wijzigen van het
hoofdorgel in de Der Aa-kerk (Schnitger 1702, Timpe 1815 en 1831, Van Oeckelen 1858) te
handhaven. In 1977 demonteren de orgelmakers Taylor en Boody het orgel wegens
instortingsgevaar van de kerk. In 1990 herplaatst de firma Gebr. Reil het instrument. In
1993 dient eigenaar Stichting Der Aa-kerk Groningen een restauratieplan in bij de
gemeente. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg adviseert de gemeente de benodigde
wijzigingsvergunning te verlenen onder enkele voorschriften. In 1995 dient de stichting
een plan in; het uitgangspunt is dat het orgel bewaard dient te blijven zoals het is. Bij
de demontage van het orgel in 1997 blijkt de constructieve situatie slecht te zijn. De
stichting dient een wijzigingsvoorstel in: ze wil de door Van Oeckelen verwijderde
achterwand van Schnitger reconstrueren, zodat onder meer de hoofdwerkwindladen van Van
Oeckelen verdwijnen moeten. De gemeente handhaaft in 1998 de verleende vergunning. De
ambtelijke commissie onderzoekt de bezwaren van onder meer de Stichting tot Bescherming
van het hoofdorgel in de Der Aa-kerk; de commissie adviseert de gemeente de vergunning te
handhaven. Volgens de 'waardenstelling' van de Monumentenwet staat in de Der
Aa-kerk een 'Orgel met rugpositief, in 1702 door A. Schnitger gebouwd voor de
Minderbroederskerk en in 1814 hierheen overgebracht; rijk gesneden orgelkas op zuilen en
met portaal eronder, gedateerd 1702.' Deze beschrijving is de juridische basis voor
het besluit om de vergunning te handhaven: omdat de Van Oeckelen-onderdelen niet expliciet
zijn genoemd in de Monumentenwet, mag de gemeente dit besluit nemen. Het orgel zal na
restauratie weer betrouwbaar functioneren. Het is zeer jammer dat er zoveel materiaal van
Van Oeckelen zal verdwijnen. Rudi van Straten, adviseur van de stichting, wijst er evenwel
op dat alle materiaal van 1831-en-ouder bewaard blijft en dat zoveel mogelijk delen uit
1858 ook worden gehandhaafd. De Stichting tot Bescherming van het hoofdorgel in de Der
Aa-kerk is bij de Arrondissementsrechtbank van Groningen tegen de vergunningverlening in
beroep gegaan.