Artikelen

Jan Böcker
Gerard Bunk (1888-1958)
Het ORGEL 96 (2000), nr. 2, 5-11 [samenvatting]

 

Gerard Bunk werd in 1888 in Rotterdam geboren. Als organist was hij autodidact. Na een studiereis door Engeland en Duitsland werkte Bunk als piano- en theoriedocent in Bielefeld (Duitsland). In 1910 verving hij Karl Straube als organist bij het Regerfeest in de Reinoldikirche te Dortmund, waar een splinternieuw Walcker-orgel stond, gebouwd in de stijl van de Elsasser Orgelreform. In 1925 werd Bunk organist van de Reinoldikirche. Het orgel werd in 1944 met de kerk verwoest. Bunk stierf in 1958.

Bunk onderhield vriendschappelijke contacten met Max Reger, wiens orgelmuziek hij bij zoveel mogelijk mensen bekend wilde maken, en met Albert Schweitzer. Zijn belangrijkste orgelwerken ontstonden in zijn jeugd: Variationen und Fuge über ein altniederländisches Volkslied (opus 31, 1908), Legende (opus 29, 1908), Sonate (opus 32, 1909), Passacaglia (opus 40, 1911), Fantasie (opus 57, 1915), Musik für Orgel (opus 81, 1939).

Bunks meest succesvolle werk zijn de Variationen. Het thema is het lied Hoe groot o Heer, uit Valerius' Gedenkklank. Arnold Mendelssohn bekritiseerde het stuk: hij vond de slotfuga onevenwichtig van vorm en het slotkoraal te bombastisch. De overeenkomsten tussen het werk van Bunk en dat van Jan Zwart en Jacob Bijster zijn treffend; met deze componisten deelt hij een betrekkelijk traditionele en romantische inslag en een afkeer van experimenten die de grenzen van de tonaliteit overschrijden.