Artikelen

 

 

Peter Ouwerkerk Paul Hindemith en het orgel
Het ORGEL 95 (1999), nr. 6, 5-14 [samenvatting]

 

Paul Hindemith (1895-1963) was in de jaren '20 en '30 één van Duitslands belangrijkste componisten. Na de Tweede Wereldoorlog nam zijn roem af. Hindemiths œuvre is zeer groot; zijn orgelwerken vormen slechts een klein gedeelte ervan. Het Konzert für Orgel und Kammerorchester (Kammermusik No. 7) Opus 46 No. 2 (1927) is geschreven voor de ingebruikneming van het Weigle-orgel van de Frankfurter Rundfunk. Hindemiths opmerking over het orgel geeft aan dat hij de idealen van de Orgelbeweging interessant vond, maar niet geheel begreep: 'Ich bin kein Orgelfachmann.' Vanaf 1927 was Hindemith op zoek naar een theoretische onderbouwing van zijn werk. In 1937 verscheen het resultaat: Unterweisung im Tonsatz. Daarin stelt Hindemith dat de drieklank het vertrek- en eindpunt is van alle muziek, zoals de drie primaire kleuren in de schilderkunst en de drie dimensies in de architectuur. Tegelijk met de Unterweisung verschenen ook de eerste twee orgelsonates. De eerste kent zeer exact aangegeven articulaties en fraseringen, de tweede is betrekkelijk ongecompliceerd. De derde Sonate ontstond in 1940 in de Verenigde Staten, en heeft drie oude Duitse volksliedjes als thema. Opvallend zijn in de derde sonate de vele crescendi- en decrescendi-indicaties, waarvoor een registerzweller nodig is. Het Concerto for Organ and Orchestra (1962/1963) is één van Hindemiths laatste werken; het is geschreven voor de ingebruikneming van het orgel in de concertzaal van het Lincoln Center in New York. Hindemith rekende het niet tot zijn beste werken. Hindemith's opmerkingen over orgels en de aanwijzingen in zijn composities bieden te weinig basis om een orgeltype als een typisch Hindemith-orgel te kunnen karakteriseren.