Artikelen
| Jan Jongepier |
|
Het orgel in de Hervormde kerk te Driesum Het ORGEL 94 (1998), nr. 4, 29-33 [samenvatting] |
De orgels die Albertus Anthoni Hinsz tussen 1762 en 1783 in Friesland maakte, kunnen in drie categorieën worden verdeeld: orgels met Hoofdwerk, Rugwerk en pedaal, orgels met Hoofdwerk en Rugwerk, orgels met één manuaal. Tot de laatste categorie behoort het in 1997 door Bakker & Timmenga onder advies van Jan Jongepier gerestaureerde orgel van Driesum. Hinsz bouwde het orgel in 1783. Kenmerkend zijn de vele fluiten, het tertskoor en op 16 voet gebaseerde discantkoren in de Mixtuur, het ontbreken van een Bourdon 16. Literatuurspel met deze Mixtuur is vrijwel uitgesloten; het register klinkt evenwel prima in akkoorden in grondliggingen.
Het Hinsz-orgel in Driesum Foto Jan Jongepier
Het
onderhoud werd eerst gedaan door Frans Caspar Schnitger jr., vanaf
1801 door Van Gruisen. In 1868 werkte Willem Hardorff aan het orgel
(mogelijk plaatsing van een in 1967 weer verdwenen Viola 8, een
Bourdon 16 op de plaats van de Cornet met pijpen van de Holpijp,
omintoneren van de Fluit does 8 vt tot Holpijp en het verwijderen
van Mixtuurkoren). In 1907 doet Klimstra het onderhoud (mogelijk
verdween toen de Vox humana en werd de Octaaf 2 van fabriekspijpwerk
geplaatst). In 1951 vervingen Vaas en Bron de spaanbalgen door een
magazijnbalg. Na verschillende pogingen het orgel te restaureren,
was het in de jaren '80 nagenoeg onbruikbaar.
Bij de restauratie van 1997 was de situatie van 1783 het
uitgangspunt. Na de restauratie van de lade en de verlaging van de
winddruk tot 70 mm wk. werd duidelijk dat het pijpwerk nauwelijks
retouchering heeft ondergaan. Daarmee behoort het orgel nu tot de
belangrijker orgels van Friesland.




