Artikelen

 

Jan Jongepier Het orgel in de Hervormde kerk te Ilpendam
Het ORGEL 94 (1998), nr. 4, 23-28 [samenvatting]

Het orgel van Ilpendam werd in 1728 gebouwd voor de Grote Kerk van De Rijp, door Nicolaas Adolf Willembroek. Het is in 1994 gerestaureerd door Flentrop Orgelbouw, onder advies van Jan Jongepier.

Willembroek (1697-1750) was de zoon van Hermanus Willenbroock, orgelmaker te Hamburg. Hij kwam in Alkmaar terecht als medewerker van Frans Caspar Schnitger die daar in de jaren 1723 tot 1725 het grote orgel van de St.-Laurenskerk vernieuwde. Willembroek vestigde zich daarna te Alkmaar. De factuur van het pijpwerk in De Rijp, de Ruispijp en de doorlopende Sexquialter wijzen op invloed van Schnitger.

In 1759 werkt Onderhorst aan het orgel, in 1776 Blötz, in 1782 Keerman, in 1788 Strumphler, die sindsdien het orgel onderhoudt, in 1824 neemt Knipscheer het onderhoud over. In 1855 wordt het orgel aan Ilpendam verkocht. Johannes van Nieuwkerk begint met de verplaatsing, die door Flaes wordt voltooid. Van Nieuwkerk vernieuwt bij die gelegenheid de onderkast en de speelmechanieken, breidt de manuaalomvang uit, en maakt een nieuwe dispositie met het oude pijpwerk en twee nieuwe registers. In 1909 vervangt Van Gelder de spaanbalgen door een magazijnbalg.

Bij de restauratie in 1997 was het uitgangspunt: herstel van de aangetroffen situatie. Bij de restauratie kon een belangrijk deel van de geschiedenis van het orgel achterhaald worden.

Het was al langer bekend dat het orgel ook pijpwerk van vóór 1728 bevatte. Nu bleek dat Barend Smit de maker van dit pijpwerk was. Ook bleek dat de lade van het Onderpositief uit de 17de eeuw dateerde. De lade lijkt voor een positief te zijn gemaakt, evenals de Holpijp van Smit. Mogelijk horen pijpwerk en lade bij elkaar. Tevens bleek dat pijpen van de Quint 3 ooit frontpijpen zijn geweest. Het is niet ondenkbaar dat Willembroek een 17de-eeuws Smit-positief inclusief front overnam in zijn orgel.