Artikelen

 

Klaas Hoek Nieuwe kansen voor organisten
Het ORGEL 94 (1998), nr. 3, 34-36 [samenvatting]

De belangstelling voor orgel leren spelen daalt: aan de muziekscholen in de provincie Groningen was rond 1980 nog voor 19 orgeldocenten werk, nu niet eens meer voor 3. Moeten we dat betreuren?

De werkgelegenheid voor orgeldocenten aan muziekscholen steeg in de jaren '60 door een toename van de vraag naar muziekonderricht op elektronisch orgel. De subsidie nam evenredig toe. In de jaren '70 volgden bezuinigingen. De loonkosten stegen sneller dan de subsidie zodat de tarieven hoger werden. De belangstelling voor muziekonderwijs en daarmee de omvang van muziekscholen nam af.

Tussen de interesse van wie elektronisch orgel wilde leren en die van de orgeldocenten was destijds een groot verschil: de docenten waren opgeleid om oude muziek te interpreteren, terwijl de belangstelling voor elektronisch orgel te maken had met populaire muziek. Daarmee samenhangende kansen om door middel van elektronica met klank bezig te zijn en affiniteit te ontwikkelen met speelmanieren en uitdrukking binnen de lichte muziek werden door de orgeldocenten niet benut.

Inmiddels is het elektronisch orgel verdrongen door het keyboard, waardoor het aantal orgelleerlingen aan de muziekschool daalde en daarmee de werkgelegenheid voor organisten. De kerk biedt echter genoeg kansen op werk. Aan de organisten de taak om die kansen benutten: ze moeten zorgen het centrum van de muziekbeoefening binnen de (kerk)gemeenschap te worden en zo een hechtere relatie tussen de muziekpraktijk en de sociale omgeving creëren. Stimulerend kan daarbij zijn dat grenzen tussen lichte en andere muziek vervagen en dat bezig zijn met muziek maken belangrijker zal worden dan muziekinterpretatie.