Artikelen

Peter van Dijk Twee nieuwe studieorgels
Het ORGEL 94 (1998), nr. 3, 20-25 [samenvatting]

 

Nadat het huisorgel in Nederland in de 18de en 19de eeuw populair was, kwam het in de jaren 1960 opnieuw in zwang; inmiddels is de aanschaf van een huisorgel weer iets zeldzaams. Daarom is het bijzonder dat onlangs twee instrumenten voor betrekkelijk kleine ruimtes werden gebouwd: door David Kunst (voor organist Kees van Eersel te Kloetinge, 1996) en door Hans van Rossum (voor het Muziekgymnasium te Praag, 1998).

Het orgel te Kloetinge is in alle onderdelen door David Kunst zelf gemaakt. De rijke renaissance orgelkast getuigt van zijn grote kunsthistorische kennis en vakmanschap. Het orgel is bedoeld om te studeren voor concerten op kerkorgels: het toucher is daarom stevig, de klank geschikt voor een breed repertoire. Bij de op veel punten fraaie intonatie is ervan uitgegaan dat de bespeler het optimale klankbeeld moet hebben. Dat betekende ook dat aanspraakgeluiden met kernsteekjes weggewerkt werden, hetgeen hoorbaar is in een hier en daar wat kale klank.

 

Het nieuwe huisorgel van Kees van Eersel, gebouwd door David Kunst Foto Koos Schippers

Het orgel van Hans van Rossum voor het Muziekgymnasium van Praag is een combinatie van een éénklaviers Italiaans orgel, gebaseerd op een Prestant 8 (zoals in Italië tussen de 16de en 20ste eeuw gebouwd) en een 'regale con il suo flauto di legno', een Regaal 8 met een open houten Fluit 4. Het eerste deel is gebouwd naar voorbeeld van het Russo-orgel van Robert Kohnen te Brussel (1713). Helaas was er geen tijd om voor het 'regaal met zijn fluit' een Italiaans voorbeeld te vinden. Daarom sloot Van Rossum aan bij de Noord-Duitse orgelbouw; de Noord-Duitse compositiestijl was immers vanuit Italië beïnvloed. Hoewel beide manualen zo overtuigende elementen zijn geworden, is het daardoor moeilijk ze te combineren.