Artikelen

 

Jozef Mertens & Michel Lemmens De orgelmaker König en het orgel in Alden Biesen
Het ORGEL 93 (1997), nr. 10, 26-38 [samenvatting]

Literatuur over de orgelmakersfamilie König is zeer schaars. De herkomst van Balthasar König (ca. 1685-1756/1757), de vermeende stamvader uit het Beierse Ingolstadt, blijft nader te onderzoeken. Ludwig König (1717-1789) was de belangrijkste orgelmaker van de familie. Hij drukte zijn stempel op het concept van de Rijnlandse orgels tot het midden van de 19de eeuw.
200 jaar geleden confisqueerde de Franse overheid in de Zuidelijke Nederlanden de bezittingen van geestelijke instellingen (1797). Het orgel dat Ludwig König in 1787-1788 in Alden Biesen vervaardigde, werd als gevolg daarvan in 1828 naar de St.-Janskerk in Waalwijk overgebracht door de gebroeders Franssen uit Horst. In 1846 werd het instrument door Johannes Vollebreght hersteld en verbouwd. Uit de periode die daarop volgde, dateert een beschrijving door Broekhuyzen. In combinatie met met foto's van de orgelkas uit 1922 biedt deze beschrijving aangrijpingspunten om de oorspronkelijke toestand van het instrument te reconstrueren: het betrof een balustrade-orgel, bestaande uit een 8-voets Hoofdwerk met 13 registers en een 4-voets Onderpositief met 5 registers.

Het beroemde König-orgel in de Stevenskerk te Nijmegen (1776) Foto Henk Erich

In 1876-1877 renoveerde de Brusselse orgelmaker Pierre Schyven het instrument door. In 1923 werd het samen met de oude St.-Janskerk gesloopt. De oude orgelkas ging teloor. Er werd in Waalwijk een nieuwe kerk gebouwd, waarin de firma B. Pels & Zonen uit Alkmaar in 1932 een nieuw elektropneumatisch orgel bouwde. 16 registers uit het oude Schyvenorgel werden hierin overgenomen. Daarvan zijn nog vier registers van de hand van Ludwig König en afkomstig uit het oorspronkelijke 'koninklijke' orgel van Alden Biesen.