Artikelen

 

 

Andreas Sieling Hoe speelde Mendelssohn Bach?
Het ORGEL 93 (1997), nr. 9, 13-20 [samenvatting]

Om uit te zoeken hoe Mendelssohn J.S. Bachs orgelwerken speelde, gaat de auteur na welke Bachwerken Mendelssohn tot zijn repertoire rekende. Daarna beschrijft hij twee elkaar ogenschijnlijk tegensprekende overleveringen.

De Berlijnse orgelwereld werd in Mendelssohns tijd bepaald door A.W. Bach, organist van het Wagner/Buchholz-orgel (1723/circa 1820) in de Marienkirche en leraar van Mendelssohn. Bach was betrekkelijk traditioneel ingesteld. In combinatie met het karakter van het Wagner-orgel en andere 18de-eeuwse instrumenten in Berlijn moeten we daarom aannemen dat Mendelssohn Bach zonder registratiewijzigingen en goed gearticuleerd speelde.

Getuigenissen van Otto Dienel (1891), Emil Naumann, Robert Schumann (beiden tijdgenoten van Mendelssohn) en Mendelssohn zelf (in een brief van 24 oktober 1828 en bij zijn uitgaven van enkele orgelwerken van J.S. Bach) maken echter duidelijk dat hij wel degelijk registratiewisselingen toepaste bij J.S. Bach.

Het één heeft bij Mendelssohn het ander niet uitgesloten: nu eens gebruikte hij de ene wijze van registreren, dan weer de andere.